Urtica urens is rijk aan flavonolglycosiden, sterolen, chlorofyl, carotenoïden, vitamine (C, B, K), mineralen en fenolzuren(1). De grote brandnetel wordt traditioneel gebruikt voor de volgende behandelingen:
• alle aandoeningen waar een krachtige drainage vereist is,
• ontstekingen ter hoogte van de ademhalings- of urinewegen,
• bij ferriprieve anemie,
• aambeien,
• hypertensie
en, specfiek in de dermatologie:
• nat en droog eczeem,
• psoriasis,
• zweren en
• brandwonden.
Calciane wordt bekomen uit lactoserum, een product bij de kaasbereiding. Hierbij worden enkel mechanische technieken zoals filtratie en bezinking gebruikt, die de biodisponibiliteit van de melkmineralen bewaren. Hierdoor is Calciane niet enkel een calciumbron maar tevens een evenwichtige bron van fosfor. De verhouding Ca/P benadert 2/1, hetgeen een gunstige invloed bewerkt bij het voorkomen van darmkanker. De aanwezigheid van fosfor voorkomt een Vitamine D tekort.
Vitamine D maakt deel uit van de groep van in vet oplosbare prohormonen, die zijn geïdentificeerd na de ontdekking van het anti-rachitis effect van levertraan, in het begin van de 20e eeuw. De in levertraan aangetroffen vitamine werd "vitamine D" gedoopt omdat de vitamines A, B en C eerder ontdekt waren2. De twee belangrijkste biologisch inerte voorlopers van vitamine D zijn vitamine D3 (cholecalciferol) en vitamine D2 (ergocalciferol)3. Vitamine D3 wordt gevormd wanneer 7-dehydrocholesterol in de huid wordt blootgesteld aan ultraviolet B (UVB, 290-320 nm), en vervolgens wordt omgezet naar previtamine D3. Vitamine D2 uit planten wordt geproduceerd door bestraling van ergosterol, en wordt opgenomen via de voeding.
Beide voorlopers van Vitamine D worden in de lever omgezet in 25-hydroxyvitamine D [25 (OH) D] (calcidiol). 25 (OH) D is de belangrijkste circulerende vorm van vitamine D en de analyse ervan wordt gebruikt om de vitamine D-status te bepalen. Om biologisch actief te worden is extra hydroxylatie in de nieren nodig om de actieve vorm 1,25-dihydroxyvitamine D [1,25 (OH) 2D] (calcitriol) te verkrijgen4.
Vitamine D ontstaat dus in het lichaam door inname via de voeding en blootstelling aan zonlicht. Zeer weinig levensmiddelen bevatten vitamine D. Vette vissoorten zoals zalm, makreel en sardines zijn rijk aan vitamine D3. Eierdooiers bevatten ook wel vitamine D maar hun hoog cholesterolgehalte maakt dat zij een slechte bron van vitamine D zijn. Vitamine D speelt een belangrijke rol bij het handhaven van een adequaat calcium en fosforniveau in serum. Zonder vitamine D wordt slechts 10 tot 15% van het calcium en ongeveer 60% van het fosfor geabsorbeerd5.
Daarom is vitamine D van groot belang voor de vorming en het behoud van sterke botten. Daarnaast is onlangs gebleken dat vitamine D-receptoren bestaan in een verscheidenheid van cellen en dat deze vitamine dus een ruimer biologisch effect heeft dan de zuiver minerale stofwisseling.
Vitamine D-deficiëntie ontstaat bij een beperkte inname via de voeding of door gebrekkige blootstelling aan UVB-stralen. De meeste experts spreken van deficiëntie als er minder dan 20 ng per milliliter 25-hydroxyvitamine D (50 nmol per liter) in serum te vinden is bij bloedonderzoek Een niveau van 21 tot 29 ng per milliliter (52 tot 72 nmol per liter) wordt beschouwd als een vitamine D tekort.
Meer dan 30 ng per milliliter wordt als voldoende beschouwd6.
In 1997, heeft het Institute of Medicine van de US National Academy of Sciences de nieuwe adequate inname van vitamine D aanbevolen als volgt:
• 200 IE voor kinderen en volwassenen tot 50 jaar,
• 400 IE voor volwassenen van 51 tot 70 jaar oud, en
• 600 IE voor volwassenen 71 jaar of ouder7.
Een groot aantal studies hebben evenwel aangetoond, dat zonder adequate blootstelling aan de zon, kinderen en volwassenen circa 800 tot 1000 IE per dag8 vereisen.
Zelfs een dosis van 10.000 IE vitamine D3 per dag gedurende maximaal 5 maanden veroorzaakt geen toxiciteit9. In patiënten met chronische granulomateuze aandoeningen is met de dosering van vitamine D echter voorzichtigheid geboden, omdat macrofagen de productie van 1,25- dihydroxyvitamine D boosten en zo hypercalciëmie en hyperfosfatemie veroorzaken10.
De vele oorzaken van vitamine D tekorten kunnen in het algemeen worden verdeeld in UVB- gerelateerde deficiëntie enerzijds en medische/ met de fysieke conditie gerelateerde tekorten. Het mechanisme, de prevalentie en belang van enkele ervan worden hieronder nader belicht.
• Bij ouderen komt vitamine D deficiëntie voor door de verminderde aanwezigheid van de 7-dehydrocholesterol voorloper in de huid.
• Mensen met een donkere huid hebben grote hoeveelheden melanine in de epidermis. Melanine concurreert met 7-dehydrocholesterol voor de absorptie van fotonen UVB.
• Naarmate de ozonlaag dikker is daalt de blootstelling aan UVB-fotonen, en daardoor verlaagt de productie van provitamine D3.
• Zonnebrandmiddelen absorberen UVB-straling. Het is aangetoond dat een zonnebrandcrème met een beschermingsfactor 8 de productie van provitamine D3 met 95% vermindert11.
• Vetmalabsorptie. De ziekte van Crohn, cystische fibrose (CF), coeliakie of de operatieve verwijdering van een deel van de maag of de darmen worden geassocieerd met de malabsorptie van vet en kan aldus leiden tot vitamine
D deficiëntie.
• Anti-epileptica fenobarbital, fenytoïne, carbamazepine en ook rifampicine (RIF) kunnen leiden tot osteomalacie12.
• Chronische nierziekten leiden tot een onvermogen om voldoende 1,25-dihydroxyvitamine D te metaboliseren.
• Zwaarlijvigheid gaat, zoals al lang bekend is, gepaard met vitamine D-tekort, door een lager 25-hydroxyvitamine D niveau bij obesitas13.
• Verschillende studies tonen aan dat 40 tot 100% van de Amerikaanse en Europese oudere, nog steeds onafhankelijk wonende mannen en vrouwen (dus niet in verplegingsinstelingen) een vitamine D tekort vertonen14. Dit fenomeen is inmiddels uitgegroeid tot een - grotendeels onbekende - wereldwijde epidemie.
• Osteoporose treft ongeveer 33% van de vrouwen in de leeftijd tussen 60 en 70 en 66% van de 80-plussers15.
• Spierzwakte is ook te wijten aan vitamine D deficiëntie. Patiënten met niet-specifieke spierzwakte, spierpijn en pijnen vertonen vaak een vitamine D tekort16.
• Hypertensie en vitamine D zijn sterk geassocieerd, zo wordt in de afgelopen jaren toenemend bewezen17.
• Multiple sclerose komt vaker voor in gematigde klimaten dan in de tropen18, door de lagere blootstelling aan UVB.
• Kanker: vitamine D is een precursor voor calcitriol, een van de krachtigste hormonen voor het reguleren van de celgroei. Vele soorten cellen bevatten hiervoor receptoren. Die kunnen geactiveerd worden door 1,25 (OH) 2 D en induceren differentiatie in normaal functionerende cellen. Ze remmen bovendien de proliferatie, de angiogenese en het metastatische potentieel van kankercellen en dat zowel bij long-19, colon-20, nier-21, borst- 22 als prostaatkanker23.
• Vitamine D kan de ontwikkeling van auto-immuniteit onderdrukken24.
• Suikerziekte: Een ware diabetes-epidemie is ontstaan in de 20e eeuw. De prevalentie van diabetes voor alle leeftijdsgroepen werd geschat op 2,8% in 2000, en dit aantal zal toenemen tot 4,4% in 2030(25). Al in de jaren ‘80 werd bewezen dat vitamine D een rol speelt bij gestoorde glucosetolerantie(26).
• Een studie in Finland over meer dan 31 jaar en met 10.366 kinderen toonde aan dat 2000 IE vitamine D per dag tijdens hun eerste levensjaren het risico van type 1 diabetes vermindert met ongeveer 80%(27).
Dosering:
1 capsule ‘s middags en 2 ‘s avonds
Samenstelling:
Urtica urens, Calciane, Vitamine D
Wetenschappelijke verwijzingen:
1 Li L, Zhang QL. The review of pharmacological activity of genus Urtica. Pharmaceutical Journal of Chinese Peo- ple’s Liberation Army. 2007;23(4):297–298.
2 Wolpowitz D, Gilchrest BA. The vitamin D questions: how much do you need and how should you get it? J Am Acad Dermatol. 2006;54:301–317. doi: 10.1016/j.jaad.2005.11.1057
3Vieth R. Why ''vitamin D'' is not a hormone, and not a synonym for 1,25 dihydroxy-vitamin D, its analogs or deltanoids. J Steroid Biochem Mol Biol. 2004;89-90:571–573. doi: 10.1016/j.jsbmb.2004.03.037
4 Malone RW, Kessenich C. Vitamin D deficiency: implications across the lifespan, the journal for nurse practitioners. J Nurse Practitioners. 2008;6:448–454. doi: 10.1016/j.nurpra.2008.02.021
5DeLuca HF. Overview of general physiologic features and functions of vitamin D. Am J Clin Nutr. 2004;80:1689S– 1696S
6 Dawson-Hughes B, Heaney RP, Holick MF, Lips P, Meunier PJ, Vieth R. Estimates of optimal vitamin D status. Osteo- poros Int. 2005;16:713–716. doi: 10.1007/s00198-005-1867-7.
7 Dietary reference intakes for calcium, phosphorus, magnesium, vitamin D, and fluoride. Washington, DC: National Academy Press; 1999. Standing Committee on the Scientific Evaluation of Dietary Reference Intakes Food and Nutrition Board, Institute of Medicine. Vitamin D; pp. 250–287
8 Glerup H, Mikkelsen K, Poulsen L, Hass E, Overbeck S, Thomsen J, Charles P, Eriksen EF. Commonly recommended daily intake of vitamin D is not sufficient if sunlight exposure is limited. J Intern Med. 2000;247:260–268. doi: 10.1046/j.1365-2796.2000.00595.x
9 Vieth R. Why the optimal requirement for vitamin D3 is probably much higher than what is officially recommended for ad Holick MF.
10 Holick MF. Resurrection of vitamin D deficiency and rickets. J Clin Invest. 2006;116:2062–2072. doi: 10.1172/JCI29449
11 Matsuoka LY, Ide L, Wortsman J, MacLaughlin J, Holick MF. Sunscreens suppress cutaneous vitamin D3 synthesis. J Clin Endocrinol Metab. 1987;64:1165–1168. doi: 10.1210/jcem-64-6-1165.
12 Karaaslan Y, Haznedaroglu S, Ozturk M. Osteomalacia associated with carbamazepine/valproate. Ann Pharmacother. 2000;34:264–265. doi: 10.1345/aph.19099.
13 Liel Y, Ulmer E, Shary J, Hollis BW, Bell NH. Low circulating vitamin D in obesity. Calcif Tissue Int. 1988;43:199– 201. doi: 10.1007/BF02555135
14 Lips P, Hosking D, Lippuner K, Norquist JM, Wehren L, Maalouf G, Ragi-Eis S, Chandler J. The prevalence of vitamin D inadequacy amongst women with osteoporosis: an international epidemiological investigation. J Intern Med. 2006;260:245–254. doi: 10.1111/j.1365-2796.2006.01685.x
15 Michael F. Vitamin D Deficiency. N Engl J Med. 2007;357:266–281. doi: 10.1056/NEJMra070553
16 Plotnikoff GA, Quigley JM. Prevalence of severe hypovitaminosis D in patients with persistent, nonspecific musculo- skeletal pain. Mayo Clin Proc. 2003;78:1463–1470. doi: 10.4065/78.12.1463
17 Li YC, Kong J, Wei M, Chen ZF, Liu SQ, Cao LP. 1,25-Dihydroxyvitamin D(3) is a negative endocrine regulator of the renin-angiotensin system. J Clin Invest. 2002;110:229–238.
18 Gale CR, Martyn CN. Migrant studies in multiple sclerosis. Prog Neurobiol. 1995;47:425–448. doi: 10.1016/0301- 0082(95)00033-X
19 Young MR, Halpin J, Hussain R, Lozano Y, Djordjevic A, Devata S, Matthews JP, Wright MA. Inhibition of tumor production of granulocyte-macrophage colony-stimulating factor by 1 alpha, 25-dihydroxyvitamin D3 reduces tumor motility and metastasis. Invasion Metastasis. 1993;13:169–177
20 Evans SR, Shchepotin EI, Young H, Rochon J, Uskokovic M, Shchepotin IB. 1,25-dihydroxyvitamin D3 synthetic analogs inhibit spontaneous metastases in a 1,2-dimethylhydrazine-induced colon carcinogenesis model. Int J Oncol. 2000;16:1249–1254.
21 Fujioka T, Hasegawa M, Ishikura K, Matsushita Y, Sato M, Tanji S. Inhibition of tumor growth and angiogenesis by vitamin D3 agents in murine renal cell carcinoma. J Urol. 1998;160:247–251. doi: 10.1016/S0022-5347(01)63098-2
22 Sundaram S, Sea A, Feldman S, Strawbridge R, Hoopes PJ, Demidenko E, Binderup L, Gewirtz DA. The combination of a potent vitamin D3 analog, EB 1089, with ionizing radiation reduces tumor growth and induces apoptosis of MCF-7 breast tumor xenografts in nude mice. Clin Cancer Res. 2003;9:2350–2356
23Lokeshwar BL, Schwartz GG, Selzer MG, Burnstein KL, Zhuang SH, Block NL, Binderup L. Inhibition of prostate cancer metastasis in vivo: a comparison of 1,23-dihydroxyvitamin D (calcitriol) and EB1089. Cancer Epidemiol Bi- omarkers Prev. 1999;8:241–248.
24 Cantorna MT, Hayes CE, DeLuca HF. 1,25-dihydroxycholecalciferol inhibits the progression of arthritis in murine models of human arthritis. J Nutr. 1998;128:68–72
25 Wild S, Roglic G, Green A, Sicree R, King H. Global prevalence of diabetes: Estimates for the year 2000 and projec- tions for 2030. Diabetes Care. 2004;27:1047–1053. doi: 10.2337/diacare.27.5.1047
26 Norman AW, Frankel JB, Heldt AM, Grodsky GM. Vitamin D deficiency inhibits pancreatic secretion of insulin. Sci- ence. 1980;209:823–825. doi: 10.1126/science.6250216.
27 Hypponen E, Laara E, Reunanen A, Jarvelin M-R, Virtanen SM. Intake of vitamin D and risk of type 1 diabetes: a birthcohort study. Lancet. 2001;358:1500–1503. doi: 10.1016/S0140-6736(01)06580-1
